Amsterdam Plantage buurt – 22/05/2018 – Is er nog leven na de bakker?

Ik denk dat ik bij hem wegga. Het werkt voor mij niet meer. Onze relatie, of verstandhouding is volkomen eenrichtingsverkeer. We hebben nooit een goed gesprek, zien elkaar alleen maar als ik brood kom halen, en hij heeft amper belangstelling voor me. Dat heb je op een gegeven moment toch door, als een man geen vragen stelt is het basta. Ja heus dat hij vragen stelt, maar het is altijd ‘Wilt u bruin of wit brood?’ en ‘Hoe wilt u betalen?’ Zo blijven we alsmaar hangen in hetzelfde dialoog. Er zit geen schot in. Ja, heel eventjes, begon hij te glunderen toen ik mijn jongens in een push up bh had geschoven maar voor de rest slaat het toch echt dood tussen ons.
Nu ga ik weg. Niet alleen de bakker, maar ook Amsterdam Noord moet ik de bons geven. Ik heb het helemaal niet in m’n mars om in een volkse omgeving te mêleren joh. Leggings vind ik niet lekker zitten, ik word dizzy van de markt en veel spullen, en een Canta kan ik me niet veroorloven. Ik ben daar out of place. En in al die discrepantie is de bakker mijn bakermat. Mijn anker. Mijn oase in de storm.
Nu zie ik hem waarschijnlijk nooit meer terug. Ik troost me door te denken aan zijn tekortkomingen, – gek hè dat is toch wat je doet als je iemand niet meer wil willen –
Z’n tompoezen waren op Koningsdag bijvoorbeeld veel te zoet en als ie begint te praten is z’n platte tongval toch wel erg onsexy.
Ik ga me tijdelijk op een kamertje in de deftige plantagebuurt vestigen, pal naast dierentuin Artis. Waar het geluid van brullende marktkoopmannen ingeruild zal worden voor joelende slingerapen en de lucht van viskramen plaats maakt voor woestijnzand en olifantenkak (als de wind naar het oosten staat dan).
Ik ben bang dat als ik de bakker loslaat ik in een zwart gat zal belanden. Hoe moet ik nou verder zonder deze kruimel liefde. Nu ja, maar eens kijken wat er hier te halen valt.

Amsterdam Noord – 06/02/2018 – Voor de Bakker

Ik zou wel een paar lekkere lelijke vriendinnen willen hebben. Mijn entourage is veel te knap. Vooral mijn hartsvriendin. Ze heeft een bleek engelachtig huidje, vol rood haar en een scherp omlijnde symmetrische mond. Denk Mad Men Joan, maar dan niet zo gezet, en dan zit je in de buurt.
Ze heeft net een baby’tje gekregen. Ik was niet heel blij toen ze ineens zwanger was. Troostte me met het vooruitzicht dat ze straks lekker dik, uitgezakt en oververmoeid zou worden. Zij een baby, ik eens een keer het lekkere wijf van de twee als we ergens binnenlopen. Maar nadat ‘t kindje eruit floepte, zoog haar buik zich direct weer plat, stonden de blossen op haar engelachtige wangen en straalde ze als nooit tevoren.
Wat ben ik ook een domme dot. Haar mee te nemen naar mijn geliefde bakker. (Waar ik nog altijd heimelijk verliefd op ben) Waarom denk ik nou nooit eens helder na?
Daar staat Hij. Zachtjes in z’n spuitzak te knijpen. Met de spuitzak knijpt hij strepen chocolademousse in bladerdeeg. ‘Daar is hij’, zeg ik tegen mijn vriendin, op een toon alsof het een uitstervend diersoort is. ‘Dat zijn z’n chocolade eclairs waar hij nu aan werkt, volgens mij.’
Wanneer we plaatsnemen in het koffiegedeelte, kijkt de bakker op, laat z’n spuitzak vallen en komt opgewekt op me afdraven. Hij komt dichtbij me staan en begint te praten: ‘Weet je’, zegt ie, terwijl die me met samengeknepen ogen aankijkt, alsof ie z’n grootste geheim gaat delen. Ik voel m’n hart in m’n keel. Gaat ie me nou tóch de liefde verklaren?! Hij buigt zich iets dieper naar me toe en begint op zachte toon te stamelen. ‘Dat jij hier nu zit aan dit tafeltje.. dat is… dat is….. zo mooi….’ (….) ‘Want laatst zat hier, precies hier, op deze plek zat Carice van Houten weet je wel… En ooooooh dat is zo een imposante schoonheid. Jij hebt dat ook, je doet me aan haar denken’ En bij die laatste woorden beginnen zijn ogen te fonkelen en draait hij zich gezwind naar mijn vriendin.
De jaloezie slaat me om het hart. Dus ik haal uit; ‘Wat een gelul! Carice van Houten is toevallig wel míjn achternicht, dus hallo ík zou eerder op haar moeten lijken.’ Shit, m’n emoties niet helemaal onder controle, dus ik probeer de boel snel te redden door een grote lach te forceren. ‘HAhahahahaha’ Mijn vriendin lacht gelukkig mee. De bakker kijkt verward naar haar, ziet haar ook meelachen en zet dan ook een lachje in….
Gelukkig heb ik naast de bakker een minnaar voor mijn vleselijke lusten. Een pantomime speler uit Woerden. Morgen ga ik naar zijn theatershow in het Bellevue theater. Daar kijk ik naar uit. ‘Oh leuk mag ik mee?’ vraagt mijn vriendin, ‘ik ben wel benieuwd naar hem en zijn mimekunsten’. ‘Nee vriend. Jij mag zeker niet mee. Ga maar lekker met je baby spelen.’ – Ik kijk wel uit.