Amsterdam Noord – 4/02/2019 – Spiralenmaffia

Ik heb mijn spiraal er vandaag uit laten halen. Waarom die er zat weet niemand. Toen mijn laatste vriend het vijf jaar geleden om onverklaarbare redenen uitmaakte (het dopje van de tandenpasta vergat ik er vaak op te doen, zoiets) was het zo’n beetje de dag na de plaatsing. Mijn hele kenker eigen risico voor jan lul er doorheen gejast. Dat liefdesverdriet was tergend. Ik at niks meer. Alleen gedroogde worst. Soms bluste ik het af met een augurk maar daar bleef het wel bij. Ik zat onder de pukkels van het vlees. Toen mijn moeder geschrokken opmerkte dat ook mijn billen pokdalig waren, heb ik de verslaving met enige ontwenningsverschijnselen afgebouwd – om netjes over te gaan op alcohol. Moedeloos schatte ik destijds in dat ik na drie jaar misschien weer ergens tegen aan zou kunnen liggen. Maar ja, we zijn nu vijf jaar verder en kunnen rustig constateren dat dat ding er voor niks in heeft gezeten.
Ik las dat een Mirena spiraal cortisol aanmaakt. Nou, daar heb ik al genoeg van. Ik ben een wandelende cortisnol. De stress giert door mijn lichaam bij het minste of geringste. De huisarts leek ook gestrest toen ik vroeg of ze hem er alsjeblieft uit wilde halen. ‘Hoezo wil je hem eruit?!’, Zei ze opvallend gepikeerd. Toen ik uitlegde dat ik worstel met stress, stond ze op, accelereerde naar een hoger register in haar stem en begon verhit een betoog af te steken dat die informatie volstrekte onzin is. Mijn vorige huisarts was nog erger, hij beweerde dat cortisol niet bestond. Waarom heb ik toch altijd het idee dat die klootzakken samenspannen om de waarheid te onderdrukken als het om medicijnen gaat? Ze zei, ‘Nou vooruit, ik haal hem er wel uit maar je kan altijd terugkomen voor een nieuwe hè’. Ondertussen zag ik dozen Mirena spiralen op haar plank liggen. Wat is daar toch aan de hand? Zit ze bij de spiralenmaffia? Ik bedoel, wat voor bonus krijgt ze hiervoor? Het deed even zeer toen ze met die eendenbek veel te lang in m’n onderste liep te wrikken. ‘Ja sorry, je baarmoeder is wat gekanteld’. Maar toen ze de spiraal met kracht uit mijn vagina rukte, wist ik: Dit is een nieuw tijdperk. Ik ben weer vrij. Zal je natuurlijk net zien dat morgen de ware ineens op de stoep staat. Dan ga ik lekker naast, of nog beter, onder hem liggen. Maar dan ga ik mijn dokter zeker niet spekken met een bonus.

COLUMNS: Amsterdam Noord – 03/02/2019 – Goed in Slecht

Af en toe rook ik nog stiekem een sigaretje. Dan moet ik even iets stouts doen. Voor de rest lukt het me wel om van alles wat destructief is af te blijven. De sigaretten verstop ik zodat ik ze niet zie. Soms ben ik ze dan kwijt. Loop ik gefokt door het huis aan alle laatjes te trekken. Want dan moet ik écht even iets slechts doen. Ligt het pakje tabak verscholen onder een paar boeken in de kast. De reden? Ik heb een beetje opwellend liefdesverdriet. Of een writersblock. Of ik heb juist wél iets goeds gedaan. Kan ook. Goed gespeeld of zo. Dan moet ik het weer een beetje kapotmaken, dat goeie gevoel. Dat vind ik lekker. Ik ben nu eenmaal goed in slecht. Ik rook t sigaretje dan onhandig uit t raam, zit in het raamkozijn, wat helemaal niet zit, maak hem na de helft al uit in een theekopje want een asbak heb ik niet. En dan begint de ellende : Vieze smaak in mijn mond, een vlaag van vermoeidheid en een fikse teleurstelling in mezelf. Bang dat m’n huid en haar lelijk worden en mijn stem tot de klank van schuurpapier zal verworden. Dat de kans op het krijgen van een lief vriendje is gedegradeerd. Ach, vroeger was t veel erger. Ik dronk, snoof, sloeg nachten over om maar even aan mijn gevoel te kunnen ontsnappen. Nu rook ik soms nog stiekem een sigaretje. Gisteravond at ik een stukje chocola na het tandenpoetsen en viel met vieze tanden in slaap. Ik las ooit ‘If we never did anything we shouldnt do, we would never feel good about doing the things we should’. Daarom rook ik af en toe nog een sigaretje, zullen we dan maar zeggen.

Amsterdam Oost, 19/12/2018 – M’n vervelende ex-vriendje

Vandaag bezoek ik mijn vervelende ex-vriendje. Een oude drumcomputer die ik hem tien jaar geleden uitleende is de reden. De Oberheim DX. Het zal velen weinig zeggen maar bij mijn vervelende ex-vriendje is hij zeer geliefd. Ik belde hem op: ‘Ja’, zei die, ‘ik heb haar nog, je moet wel even een auto regelen, want het beestje is gevoelig. ’
Een verschuilde broedplaats in de kelders van een hip hotel is waar ik moet zijn. Hier zitten dj’s en producers dag en nacht te componeren, sampelen, loopen, mixen, bouncen en randeren. Mijn vervelende ex-vriendje zijn studio is een bric-à- bac van snoeren, trommels, gitaren, synthesizers en platen. Alles a-symmetrisch en in stapels opgesteld. Ruimte om te bewegen, is van secundair belang, zoveel is zeker.
Bij hem thuis was het niet veel anders. Hij lepelde met stopcontactdozen en gitaren in zijn bed. Als ik geluk had, mocht ik er bij. Op voorwaarde dat de televisie de hele nacht aanbleef. ‘Het Snoerenhuisje’ noemde ik het, het zinderde van elektriciteit. Ik kwam er nooit tot rust.
Maar ondanks de zooi en onrust, dompelde ik me vroeger maar al te graag onder in zijn wereld. Alles was daar anders dan normaal. Nu ook weer. Voor ik het weet staan we aan de bar van het hotel disco hits te zingen uit de jaren tachtig. En als ik om thee vraag, krijg ik geen kopje pickwick maar een pin up girl vormig glas vol met stukken gember, sinaasappel en munt in mijn handen geduwd.
Mijn gedachten dwalen af naar vroeger. Hoe verschrikkelijk dramatisch onze verkering was. Hopeloos verliefd was ik op die gekke man. Maar hij was altijd kwijt. Of de weg kwijt. Of weg. We duwden en trokken elkaar aan de haren. Letterlijk.
Terwijl ik mijmer en aan mijn thee nip, duwt mijn vervelende ex-vriendje een paars triangel bikinietje in mijn buik, (hij geeft niks aan, hij duwt iets aan) geeft een klap op mijn hoofd en zegt: ‘Kom, heks (Zijn favoriete woordgrapje, een samentrekking van heks en ex) we gaan badderen op het dak.’
Hij trekt me aan mijn hand de lift in en zegt tegen een willekeurig persoon op de gang: ‘We gaan eerst ordinair pompen op de wc, en dan doen we het nog eens over in bad’. ‘Die tijd is voorbij schat’, maan ik hem, terwijl we naar de lift lopen. ‘Hoe gaat het eigenlijk met je piemeltje, doet ie t nog?’ ‘Jaaa. Zegt ie. Hij is veelzeggend, ik volg tegenwoordig interessante colleges bij hem.’
En nu zit ik aangeschoten in een te klein triangel bikinietje in zo’n hippe hot tub aan een glas Sauvignon Blanc. Alleen. Want mijn vervelende ex-vriendje ben ik op de weg hier naartoe inmiddels kwijtgeraakt, maar dat is niet meer vervelend.

Amsterdam Noord, 17/12/2018, 03:54 – After Afstuderen

We spelen Wordfeud in bed. Even een woordje leggen nog. Veel te beschonken en vermoeid om nog dubbelloos naar mijn telefoonscherm te kijken – maar het moet van mijn moeder.
Ik kan echt niet meer. Het is midden in de nacht. Na het spelen van mijn afstudeershow, de spanningen, de drank, de terugrit van Den Bosch naar Amsterdam, de Mc Drive (de kneuzen waren de fritessaus vergeten dus we moesten weer terug) ben ik een huls. Maar het moet.
Daar ik mijn hele leven nooit iets moest van mijn moeder; niet naar school, niet afwassen, niet koken, niet naar de tandarts, niet op tijd thuis, niet niet wiet roken – het hoefde allemaal niet. Maar dit moet wel. Mijn telefoongeschiedenis staat vol met agressieve teksten als: ‘Jij bent!’, ‘Ja het zal allemaal wel, maar jij bent nu hoor’, ‘Hallo, het duurt lang!’ of smuikende teksten als ‘Ik sta voor’.
De junkerige Wordfeudhouding die we beiden met ons meedragen, verraad de zucht om de ballen die we in de lucht houden even te vergeten.
‘Laat me met rust mens, het enige waar ik op dit moment nog aan kan denken is liters koude spa rood door mijn keel laten glijden, en dan afronken’, lal ik tegen mijn moeder, terwijl ik me van haar afdraai en mijn hoofd onder een kussen duw. Ik vraag me soms af waar ik zou zijn, als ik met alle mensen zo zou communiceren zoals ik met mijn moeder doe.
‘Ik heb twee flesjes spa rood uit je kleedkamer meegepikt, ze liggen alleen nog in de auto. Ik loop wel even naar buiten om ze te pakken, maar dan moet jij minstens drie woorden leggen’, maant ze me. Nou dat leek me wel een deal. Ik heb de spa rood naar binnen gegoten en de woorden ‘het’, ‘he’ en ‘eh’ gelegd om er van af te zijn en ben twaalf uur van de wereld geweest om er de volgende dag achter te komen dat ik verdomme met 87 punten achter sta.

Abcoude – 21/09/2018 – Diminutiefjes

Er woont een hermelijntje onder m’n huisje. Ik heb zelden zo een schattig diertje gezien. Ik moet nu aan hem denken want ik kan weer eens niet slapen. Aan z’n snuitje. En z’n vachtje. Ik ga van het schattige diertje in verkleinwoordjes praten merk ik nu. Het doet me denken aan een date met een jongen die ik eens had. Hij zei we gaan lekkere groentjes koken. ‘Groentjes’ – daar moest ik een beetje van kotsen in m’n mondje. Heb m daarna nooit meer gezien.
Ik heb er nu één leren kennen die benoemt de groenten gewoon. Zegt dingen als: Ik flikker wat sperziebonen in de pan, ik ram een winterpeen door de blender of mifmaf het sap uit een Aloë Vera – dat vind ik dan toch wat prettiger

Abcoude – 02/09/2018 – Mijn dag niet

Ik ben met het verkeerde been uit bed gestapt. Toen ik zojuist een raam wilde lappen en er een gordijnrails op mijn hoofd viel, wist ik het zeker.
Mijn eerste ervaring deze ochtend was het veel te laat wakker worden van een vlieg die het kennelijk lollig vond om cirkels om mijn hoofd te draaien. Dus heb ik het dier met een VT-wonen doodgeslagen.
Vervolgens nog wat pogingen gedaan om iets van deze zondag te maken. Daarbij vielen kledingstukken die ik aan kledinghangers ophing weer op de grond, stootte ik mijn teen aan een stoel (een classic), en gleden de boeken die ik in mijn boekenkast sorteerde er weer uit.
Kennelijk ben ik de dag verkeerd begonnen en word ik daar het komende etmaal voor gestraft. Maar ik wil vandaag een beetje succes. Ik wil van mij houden. Dat is al een onmogelijke klus.
Ik google wat ik moet doen om gelukkig te worden. Zo kom ik terecht bij een stralend yogakutwijf op een blog. Ze zegt dat groene sap je leven verandert.
Nou goed, ik wil ook een stralend yogakutwijf zijn, dus ik volg haar advies maar op dan. Ik flikker alles wat groen is in m’n blender. Eerst even de pesticiden eraf borstelen, dan schillen en in stukjes snijden.. ‘Ja t vergt wat tijd’ zegt het yogakutwijf ‘maar je zult zien dat je je weer levenslustig zal voelen’. Nou das goed nieuws, dus ik druk op de knop, en wat gebeurt er: Doet dat ding het niet! Waarom? Ja, dat weet niemand. En das altijd mooi hè. In conflict zijn met apparaten waar je je afhankelijk van hebt gemaakt en de ballen van begrijpt.
Nu zie ik geen andere mogelijkheid om de blender met zijn inhoud door mijn woonkamer heen te werpen. Spinaziebladeren, chlorellakorrels, komkommer en stukken gember vliegen door de ruimte. Zo dat zal die stoute blender leren. Dit maakt mijn dag weer goed. Ik zou al mijn meubelstukken door de ruimte moeten smijten om ze een lesje te leren. Maar ik ben voorlopig nog wel even zoet met het in de Biotex zetten van mijn witte bankhoezen en kussens… (Want de wasmachine doet het ook niet)

Champagne district, France – Feuilleton vakantieliefde deel 3

‘I like kissing you’, klinkt er met zijn Russisch aandoend accent en zoent me stevig maar liefdevol op m’n voorhoofd. Ik heb de auto schalks – want nog steeds dronken – voor het parkeerplaatsje van de bakker geparkeerd. Nog véél te vroeg maar hongerig van het dansen, drinken en vrijen wachten we tot de boulangerie haar luiken opent en we die hele vitrine aan verse Pain au Chocolats en Croissants leeg kunnen rauzen. ‘Yes u are a good kisser ’ antwoord ik gevlijd, en vooral dankbaar, want wat kan die man kussen, handig dat hij dat ook van mij vindt.
Na het diner gisteravond, toen ik mijn zinnen op hem had gezet, was er een dansfeest in ‘The Cave’, de kelder van de residentie, verbouwd tot discotheekje. Toen ik aan kwam lopen zag ik Auridus vrijwel roerloos aan een glas rood nippen. Dat genip, dat trok mijn aandacht naar zijn mond. Hij deed het zo kalm, zo gracieus. Was ik maar zo. Tis benijdenswaardig.
Gracieus bewegen is slechts een kwestie van de snelheid waarmee je beweegt, vertelde een vriend me. Als je dus al een tikkie vertraagt, doe je gracieuzer aan. (note to self)
Al is Auridus wat ouder, hij heeft de mond van een twintiger. Welvend. En moist. Als een vers geplukt aardbeitje na een kleine regenbui op de dinsdagochtend.
Ik ging naast hem zitten aan de bar. ‘Haaaai’, zei ik ondeugend. En toen deed ik ineens iets geks. Waarschijnlijk om mijn doodsangst voor lichaamssappen te verkennen of overwinnen – weet ik veel.
Je kent het, de aantrekkingskracht van gevaar, zoals je ineens gaat praten met een spin, of van een te hoge klif afspringt, ging ik daar met mijn handen over zijn vochtige slaap en voorhoofd aaien. En toen zei ik (waarom weet niemand); ‘Oe, darling you are all sweaty…’
Hij schrok een beetje en keek me raar aan. Hij had gelijk, dit was ook debiel. Het leek wel de tekst uit een slechte B-film. Of een goeie C-film.
De rest van de avond is geschiedenis. En nu staan we als leuk stel (statige filosoof en gekke blondine) bij de bakker en heb ik me inmiddels bedacht dat ik me helemaal niet zo onder mijn league begeef. Arrogante trut die ik ben. Auridus is leuk. En hij vindt me een goeie kisser. En de zon schijnt. Ik ben even gelukkig.