Op 1 februari verschijnt ‘Het gedoe dat liefde heet’ bij Alfabet Uitgevers

Wanneer haar grote liefde definitief de deur uit loopt, blijft Michèlle radeloos achter. Net was ze nog gierend van geluk en nu?! In Het gedoe dat liefde heet beschrijft Michèlle Schimscheimer hoe ze zich staande probeert te houden in haar zoektocht naar een verwante ziel of dan tenminste een warm lijf om tegenaan te kruipen. We lezen over de Windmolenman en De bolle filosoof, een platonische driehoeksverhouding en een knappe bakker. Over jeugdliefdes, rommelige exen, Tinderdates en een verwoestende affaire. Met virtuoze pen schetst Michèlle de tragiek van het alledaagse, de gevonden liefdes en het gedoe dat ze steeds weer aanrichten. Eerlijk, hilarisch, hartverscheurend en pijnlijk herkenbaar. Een onweerstaanbaar boek voor iedereen die van de liefde houdt.

‘Michèlle beschrijft de vaak hartverscheurende liefde zo grappig en wrang, dat je niet anders kan dan lachen of ontroerd zijn. Het is een verademing om Michèlles verslag van haar liefdesperikelen te lezen, niet alleen omdat ze dat kundig en meedogenloos doet, maar ook omdat het vanuit een slim vrouwenbrein gedaan is.’ – Sanne Wallis de Vries

‘Verhalen over mislukte liefdes kunnen zo deprimerend zijn. De stijl van Michèlle is echter lichtvoetig en ze kan op zeer opgewekte toon de vreselijkste dingen zeggen. Hilarisch, maar het schrijnt en schuurt even zo goed.’ – Hans Dorrestijn

Caissière in mn hart, 28 oktober 2021, Jumbo Food Market Amsterdam Noord

Ik werd vandaag uitgelachen door de caissière in de supermarkt. Haar buik schudde vrolijk op en neer vanachter de toonbank, terwijl ze haar hand voor haar mond sloeg. Ik zei: ‘Wat lach je nou?’ Ze zei: ‘Je bent zo onhandig bezig’, en ze wees met haar ogen naar het kopje koffie in mijn ene hand en het uitpuilende boodschappenmandje in mijn andere.‘Ooh’, zei ik, ‘je hebt gelijk, wat een gedoe, ik zet mijn kop koffie anders wel even neer.’Ja, dat lijkt me nou een goed idee’, beaamde ze. Ik zette mijn koffie op haar plexiglazen toonbankje.‘Onhandig zijn, story of my life..’, verzuchtte ik, een zak Elstars in mijn net te kleine tasje proppend, ‘..toen ik hier naartoe liep was ik er al weer over aan het piekeren.’‘Piekeren. Waarover dan?’, vroeg de caissière, ‘Over van alles, en over dit boodschappentasje, die is natuurlijk veel te klein, daar gaat nooit alles in passen.’‘Ja natuurlijk gaat het lukken, je moet niet zo aan jezelf twijfelen’, vuurde de caissière uit haar hart in de gaten van mijn zelfvertrouwen. Ze had het misschien alleen maar over het tasje maar het voelde als veel meer. Ik verbeet een traan.‘Als je die appels nou even apart vasthoudt?’, adviseerde de caissière.‘Oja, dankjewel’, ik tilde mijn te volle tasje op.‘Het komt allemaal goed hoor’, zei ze, ‘en vergeet je koffie niet!’

In Memoriam Jan Ritsema (Theaterregisseur en stichter van mijn lievelingsplek het Performance Art Forum), 13 oktober 2021, Amsterdam


Als mensen ‘Ja hoor, dat doe je toch niet’ zeggen, doe ik het meestal juist. Je gaat toch niet met een hoogbejaarde man naakt in bad liggen, zeiden ze bijvoorbeeld. Hij vroeg het me op een avond aan de keukentafel. ‘Wil je met mij in bad?’In zijn kasteel in Frankrijk, waar kunstenaars van over de hele wereld resideren, is er één verborgen luxe badkamer in zijn vleugel. Daar zaten we in dat gigantische bad te bubbelen, waar hij me rijkelijk trakteerde op frisse inzichten over leven en liefde. Zijn ogen knalden vuur. Als een jongen van twintig. Ik vond hem heel aantrekkelijk. Ook al liep hij krom van de kanker.Ik was net dertig. Hij in de zeventig. Ik dacht; ja, waarom ook niet? Nadat ik hem met zijn stramme lijf uit bad geholpen had, gaf ik hem een kus. En toen ik hem in bed legde, zei hij; ‘Dankjewel dat ik met jou in bad mocht’. Hij was waarachtig dankbaar om met een jonge blonde vrouw in bad gezeten te hebben. Ik dacht ook, dat vinden mannen leuk, blonde jonge naakte wijven. Hij heeft kanker en is oud, geef hem wat joi de vivre.Mensen tierden tegen me. Dat doe je toch niet? Waar is je zelfrespect? Ach, misschien ontbeer ik vrouwelijk zelfrespect om wille van plezier en een beetje provocatie. Maar nu hij zijn laatste adem heeft uitgeblazen, de dood me weer even in de ogen heeft aangekeken, en alles relatief wordt, kan ik enkel zeggen dat ik blij ben dat ik het bad met hem heb gedeeld.Ik mag hopen dat een leuke knappe knul later hetzelfde bij mij zal doen. Dag lieve inspirerende vervelende man van een Jan. Dankjewel voor die mooie PAF plek.Ik hoop zo erg dat er meer is, als mensen zoals jij gaan.

Vrijdag 8 januari 2021, Weesp – Knuffel van mijn Ex

Covid heeft de wereld tot een eenzame plek gemaakt. Gisteren ben ik uit wanhoop bij een lang-geleden-ex in bed gekropen.
‘Wat ben je doen?’, appte ik hongerig naar een knuffel in de nacht. 
‘Kom hierheen’, reageerde hij zonder omhaal.
Er hoefde niks uitgelegd, alsof het lijden in de lucht hangt, er moet geknuffeld, het is te lang geleden, en dat is niet ok. 
Toen mijn Uber zijn straat indraaide stond hij al te wachten voor de deur. Ongedurig.
Eerdere pogingen liepen altijd mis. Dan had ik iemand anders, of nog vaker hij. Maar nu had hij niks en mocht ik na lange tijd aanwaaien. Zijn eenzaamheid was mijn zege.Stevig hielden we elkaar vast terwijl we op de bank televisie keken zonder te kijken. Hij kneep me zowat fijn en als ík even verslapte, dwong hij mijn arm weer strakker om zijn ‘dikkere-buik-dan-vroeger’ heen wat hij dankbaar verzegelde met een knor of kusje op mijn hoofd. We waren als aapjes. Jonge aapjes sterven als ze het te lang zonder fysieke aanraking en het knuffelhormoon oxytocine moeten stellen. 
Dat mijn ex nog veel vreselijker dan vroeger moest snurken toen we gingen slapen gaf een mooie draai aan de ervaring. Onbehouwen golven van sputteren, spuug en brullen uit alle gaten van zijn gezicht tornden aan de stilte en kwelden mijn nachtrust. Na de zoveelste keer uit mijn slaap getrokken te worden, gaf ik hem zo’n hengst in zijn flank dat hij uit het bed donderde, nog een kortstondig moment wat na-jengelde, om gewoon weer af te dalen in zijn lawaaierige slaap en ik de hele nacht wakker lag.
Al met al ben ik zeer dankbaar dat het zo oncomfortabel afliep want thuis aangekomen prijs ik me gelukkig alleen te zijn. 

Vrijdag 1 januari 2021, Weesp – Voornemen nu al mislukt


De Ikea-kast ligt in stukken door mijn studiowoning verspreid. Er draait een sleutel in het slot. Het is mijn moeder. Ze komt me halen voor de nieuwjaarswandeling.
‘Sta nog te douchen!’, schreeuw ik boven de douche uit. Haar liefdevolle moederhoofd steekt door mijn badkamerdeur.
‘Ik heb de Ikea-kast door de kamer geworpen..’, leg ik uit, ‘..hij viel de hele tijd om…daarom heb ik hem maar door de kamer geworpen.’
Mijn moeder lacht, ‘Ok is goed, ik ga even koffie maken.’
Nadat het kastje een tijd geleden ineen was gedenderd, heb ik de planken en onderdelen tegen een klein stukje vrije muur in de keuken gezet. Dat hoopje planken-zooi staat er nu al een maand of twee te wachten tot er een keer een kabouter of tandenfee langskomt die het voor me oplost.
Dat is tot op heden niet gebeurd.
Wat er wél gebeurt is dat de planken en Ikea-onderdelen om de haverklap van de muur schuiven en op de grond vallen en meestal ook nog iets anders beschadigen of meenemen, zoals mijn scheenbeen, de lege flessen wijn op de vloer waar dan restjes drank uitvallen, of mijn kwetsbare gitaar die geregeld met de klanken van een dissonant akkoord ter aarde stort.
Hoe dan ook, nu heb ik al die onderdelen, stuk voor stuk, om de beurt met verve in alle uithoeken van mijn studio-appartement geworpen.
Toegegeven, ik ben niet boos op de kast, ik ben boos op mij, die woede waaiert zich nu over andere zaken uit. Afreageren heet dat natuurlijk.
Ik zag mezelf op 1 januari om half acht ’s ochtends joggen langs De Vecht maar ik ontwaakte met een hard hoofd ver na twaalf uur ’s middags. Dat voornemen is dus nu al mislukt! Ik ben een teleurstelling op pootjes. Wankel als de op losse schroeven staande ingestorte Ikea kast op nieuwjaarsdag.
Ondertussen probeer ik onder de douche niet mijn lijf maar mijn persoonlijkheid te wassen. Mezelf van mezelf afwassen, kon het maar, die ongedisciplineerde zak stront waar niks mee valt af te spreken, exact het tegenovergestelde doet van wat ik van haar vraag van me af te scrubben. Ik loop in mijn blootje de douche uit en de woonkamer in; ‘Mama, ik kan niet meer met mij…’
‘Weet je wat we doen…’, ze staat het kastje in elkaar te zetten, ‘ik maak een hokje met een bed en een werktafeltje, met ijzeren tralies ervoor, en als je niet elke dag iets af hebt geschreven of gesport, krijg je niks te eten’. Ze draait het laatste schroefje in een plank en de kast staat weer.
‘Fantastisch plan mam, dat is de opvoeding die ik altijd heb gewild, ik begin meteen met schrijven!’ en ik val haar in de armen.
Ach, moeders. Je zou ze vaak moeiteloos achter het behang willen plakken maar nu ze me weer red, schiet ik toch een beetje vol.
‘Kom, we gaan’, ze pakt m’n hand. We lopen met frisse moed de deur uit en het nieuwe jaar in. Maar als ik uit enthousiasme de voordeur met een ferme klap dichtsla hoor ik het Ikea kastje weer in ineen zijgen.

08-10-2012 Drol van een Clown


Ik begrijp mijn zeep die hier nu op de badrand ligt niet. Ik kreeg het van een vriend. Hij zei: Dit is een zeep van de-zeepwinkel-van-nu. Het-je-van-het. Ik had nog nooit zo’n rare vorm zeep gezien. Hij is worstvormig met fluorroze en gele strepen en het zit onder de spikkels en glitters en dingen. Van Slush of Lush ofzo. Op het etiket staat in grote letters vermeld dat dit de beste zeep ooit is en wanneer onder de kraan gehouden een explosie van bubbels en glitters ten beste zal geven. Dat vind ik al gek. Zeep is toch bedoeld om je schoon te maken en lekker te laten ruiken, waar is al die bombarie nou weer voor nodig? Het volgende is wat er gebeurde. Ik hield hem onder de kraan en wat er verscheen was enkel een dun flutlaagje schuim op het wateroppervlak van mijn bad en ik rook op zijn zachtst gezegd geen fuck en dat was dat. Zo schiep de belofte op dat etiket een verwachting die geenszins werd ingelost waardoor ik toch wel teleurgesteld raakte. Ja, belofte – verwachting – teleurstelling. Eén reeks aan emoties en hoedanigheden waar ik niet op zit te wachten. En alleen maar vanwege een zeep! En de hele wereld koopt dat dan! Terwijl het klopt van geen kant. Ben ik nou de enige die dat doorheeft?Nu ik die worstvormige zeep met al die kleuren zo laveloos op de badrand zie liggen lijkt het net of Pipo de Clown me een loer wilde draaien en zich daar heeft ontlast. Ik gooi het weg, die onzin, niemand wil een drol van een clown. En die vriend van wie ik die rare zeep kreeg hoef ik ook even een tijdje niet te zien. Zijn ideeën wat betreft esthetiek liggen kennelijk op een raar ander nivea.

08-09-2020 Karma Diklip

Mijn onvoorwaardelijke liefde voor de natuur houdt redelijk stand maar houdt op bij de vlieg. Kille donkere haatgevoelens jegens het insect doorwroeten mijn systeem. Bij het horen van zijn stem, bij het zien van zijn zinloze motoriek ontwaakt er een levensgevaarlijk en koelbloedig moordenares in mij gespeend van enige empathie of rede of respect. Een vliegenplaag teisterde mijn woning de afgelopen weken. Vliegen scheerden langs mijn trommelvliezen als ik aan het werk was, vliegen landden menigmaal op mijn lijf zelfgenoegzaam in hun vliegenarmpjes wrijvend, en ochtend aan ochtend werd ik niet wakker gemaakt door vogels, een wekker, of een man die me zachtjes wakker kust, nee, de dagen vingen aan met vliegen op en om mijn gezicht heen dralend wat mij het gevoel gaf tot niks meer dan een stuk vlees te verworden.
Het was de paardenhoer. Paardenhoer is haar terechte naam omdat zij zich kort geleden naast ons vakantieparkje heeft gevestigd en daar een manege begonnen is. Leuk hoor paarden, maar ze trekken vliegen aan, nog niet te spreken over het gegeven dat deze paardenhoer ervoor heeft gezorgd dat we niet op ons vakantieparkje mogen overwinteren. Ze heeft met haar zielige telefoon de gemeente gebeld en aangespoord (zoals ze haar paarden ook passief-agressief in de buik trapt met haar sporen) en zo is er, vraag me niet hoe, door haar toedoen een nieuw kut-regeltje in de gemeente opgenomen. Ze had overlast van het vakantiepark. Hebben we niet allemaal altijd en overal overlast van elkaar? Nu hebben velen geen huis. De moeder met haar jonge kind naast mij wordt gedwongen te overwinteren in een caravan. En daarom heb ik haar terecht betiteld als De Paardenhoer. 
In haar dagelijkse handelingen meen ik rancune te bespeuren. Zij is natuurlijk ingeruild voor een jongere vrouw en met het geld van de echtscheiding heeft zij zichzelf een manege verschaft. Een zielige kinderwens die nu vorm heeft gekregen. Oh, daar staat ze met haar schep in het stro. Oh daar laveert ze over haar paardenwei met een zweep en staat ze een onwillig paard te dresseren om zich toch nog enigszins machtig te voelen. Maar dit alles terzijde. Dit verhaal gaat over vliegen, niet over de paardenhoer haar verleden. Al zou je daar ook een boek over kunnen schrijven. Of mensen het willen lezen is een tweede. Ik zou het gebruiken als wc-papier, de stront langs haar pagina’s afvegen.|
Hoe dan ook, het ziet hier zwart van de vliegen, en de invulling van mijn dag wordt steeds meer bepaald door het neerslaan van vliegen. Boeken, brochures en tijdschriften, zelfs mijn geliefde Jan Jans en de kinderen collectie (sorry Jan Kruis) moeten het ontzien bij de slachtpartij waar ik steeds behendiger, misschien wel gelijk aan de concentratie van een ninja, vliegen doodsla. Een vliegenmepper koop ik niet, dat vind ik ook weer zo wat.
Als een dolleman loop ik al dagen door mijn woninkje om me heen slaande met de paperassen waar ik steeds vaker andere meubelstukken, voorwerpen en servies meeneem. Gordijnen vallen naar beneden, stoelen gooi ik om, een vaas met bloemen daar is niks meer van over en mijn kat zit in doodsangst verstard achter de bank.
Toen ik vrijwel iedere vlieg naar de hemel had geslagen (Of de hel hoop ik) en de rust een beetje weder was gekeerd, kwam mijn karma op bezoek. Ik lag vredig in mijn bed te tikken aan dit stukje toen ik ineens een vreemd geluid hoorde. Ik kon het niet helemaal plaatsen. Het was het geluid dat een vlieg kan maken, maar dan erger, intenser, broeieriger. Ik pakte een tijdschrift en zocht naar de bron. Het duurde niet lang of ik zag daar twee vliegen op het plankje boven mijn bed boven op elkaar zitten. Wat waren ze aan het doen? Zaten ze zich voort te planten?
Ja ze zaten zich voort te planten. Vandaar dat gekke geluid (een geluid van vliegengenot?) Nu was het niet alleen woede maar ook jaloezie wat me overmeesterde. Zij wél seks en ík niet? En dat in mijn slaapkamer! Ik heb de twee klootzakken met alles wat ik in me heb neergeslagen. 
Maar voldoening was er niet, de houten plank liet los en viel vol in mijn gezicht, het brak in tweeën op mijn lip en het bloed spoot eruit. Een klap op mijn bek van de kosmos. Een vergelding van het universum. 

Maar, ik leef nog. En zij niet. De Paardenhoer nog wel. 

Nog.