Amsterdam Noord – 03/11/2017 – Voor de Bakker

Het begint een beetje voyeuristische trekken te krijgen en dat is niet mijn intentie maar als ik de bakker zou moeten beschrijven wat betreft zijn uiterlijk: Hij heeft iets jongensachtigs. Blond haar – niet kort, maar ook niet heel lang. Een beetje ongeschoren. En hij is niet te lang van postuur… Een heel klein beetje mollig. Gezond mollig. Blosjes. Sterke bakkersarmen. Goed materiaal om mee te vrijen. Zacht mannelijk gezond jongensachtig.
Hij heeft een bakkerskostuumpje aan. Het lijkt op een kokspak. Wit stevig katoen. Maar daaronder een gewone broek en gympies. Dat draagt hij altijd. Hij denkt niet echt na over zijn uiterlijk. Is natuurlijk niet belangrijk. Of in ieder geval ondergeschikt aan z’n passie.
Het is volgens mij geen oppervlakkige bakker. Ook al heb ik geen zinnig woord met hem gesproken hij straalt diepgang uit. Een bakker met diepgang. Ergens in zijn leven is hij beschadigd, denk ik. Een zweempje verdriet in zijn ogen en de hees in zijn stem verraden dat. Die tragiek in combinatie met z’n gezonde bakkersblos is intrigerend.
Hij is wel een beetje kalend op z’n kruin zie ik nu, maar dat geeft dan niet hè. Wanneer je iemand eenmaal voor een bepaald percentage leuk vindt, verdwijnt de bijbehorende shit als sneeuw voor de zon. Gekke oren. Ongeknipte teennageltjes. Een dik haartje dat uit een moedervlek piept. Dat kan ongelofelijk afstotend zijn. Maar als je iemand al tot op een bepaalde hoogte leuk vindt, dan zoen je die gore plekjes zelfs. Met overgave. Althans ik wel. Ik heb tenen in mijn mond gehad.
Ik heb alleen nog niet aan hem kunnen ruiken. Zou nu ook niet weten hoe. Het zou wel verheldering scheppen en vooral doorslaggevend zijn, want als hij stinkt is het afgelopen. Feromonaal moet de boel kloppen. Anders schei ik eruit.

Amsterdam Noord – 27/10/2017 – Voor de Bakker

Ik zit weer bij de bakker. Vandaag heb ik m’n best gedaan.
In Amsterdam Noord doe je over het algemeen je best niet zo voordat je de straat opgaat. Hier is het straatbeeld gevuld met slonzen. Slonzen en Canta’s.
Ook lijken veel mensen hun haar niet te wassen en dragen ze grote jassen met het gevolg dat ik ook steeds minder m’n haar was en met een stoffige grote jas rond loop te sjokken. Je blend toch in hè. Gek is dat.
Het is me nu alleen te vaak gebeurd dat ik als een gare zwanshanger de bakker inliep, m’n geliefde met een deegrollertje achter de toonbank zag staan en me realiseerde dat hij me zo niet mag zien, Al helemaal niet in deze fase. We kennen elkaar pas net. Of niet. Eigenlijk.
Vandaag heb ik wél m’n best gedaan. Eens kijken wat dat uithaalt. Me mooi aangekleed. Lipstick en lipliner, zodat m’n scheve mond symmetrischer aandoet.
Met de borst vooruit en een glimlach op m’n gezicht, maakte ik m’n entree. Maar de bakker keek niet op of om. Hij was weer bezig. Z’n boterkoeken in blokjes aan t snijden.
Heel eventjes kreeg ik net wel aandacht. Maar dat was toen hij m’n tafeltje passeerde en beleefdig vroeg of ik al geholpen werd. Ik werd al geholpen dus ik zei ‘ja’. Dom natuurlijk, want ik had het nog niet gezegd of hij vloog alweer door naar een homp deeg achter de toonbank, die hij nu staat te kneden..
Zou hij dezelfde aandacht hebben voor zijn geliefde als voor zijn deeg? Of juist niet, omdat zijn aandacht- en liefdesreservoir al is opgegaan naar dat brood van hem.
Toen ik verliefd werd op één van mijn eerste vriendjes, vroeg die: ‘Wil je mijn vrouwtje zijn?’. Toen antwoordde ik in blijdschap: ‘Ja.’ Waarop hij zei: ‘Maar je moet weten, je zal nooit mijn nummer één zijn, muziek is mijn nummer één’. Nou dat heb ik geweten.
Als de bakker hetzelfde bij mij zou flikken.
‘Jij zal nooit mijn nummer één zijn, brood is mijn nummer één’.
Dan weet ik niet of ik er voor zou kunnen gaan.

Amsterdam Noord – 21/10/2017

Vanavond zou er een maffe acteur bij me komen hangen op wie ik in 2013 hevig verliefd was. Ik was heul erg verliefd. Op zijn Facebook keek ik naar zijn filmpjes (nachtenlang op repeat) om een glimp van hem op te vangen.
Ook maakte ik tekeningen en schreef ik gedichtjes die ik dan met mijn zatte hoofd aan hem voordroeg in de doorzak van theaterfestival de Parade – daar waar ik hem leerde kennen.
Het mocht niet baten. Hij viel alleen maar op intercontinentale vrouwen en dan het liefst Aziatisch. Ja, en dan kwam ik aanzetten met mijn kaasuiterlijk en lichte drankprobleem. Geen schijn van kans natuurlijk.
Wél vond hij m’n bekje leuk. M’n overbeet. Zelf vind ik mijn overbeet verschrikkelijk. Het is rommelig om te zien, zoent onhandig ( ik klap altijd tegen tanden aan, heel dom) en ik kan geen hamburger of appel eten zonder te knoeien. Maar het biedt dan extra verlichting als iemand van cachet het aantrekkelijk vindt.
Ik probeerde hem te zoenen, een beetje dwingend, herinner ik me, daar op dat wilde Paradefestival, kende m’n grenzen niet, totale seksuele intimidatie misschien wel, maar hij duwde me dan altijd netjes en wat liefelijk bij zijn mond vandaan.
We zijn altijd vrienden gebleven. En ik ben altijd heel open geweest over mijn gevoelens voor hem. Hij is daar nooit van geschrokken en is altijd een vriend gebleven. Dat vind ik bijzonder.
We zouden vanavond films kijken, eten, beetje wijn misschien en in bad gaan. Ergens heb je dan nog hoop hè. Dat hij het toch misschien is. Maar ja, hoop. Wat heb je eraan.
Hij liet me net via messenger weten dat hij niet kan komen toch vanwege een klus. Zo zie je maar. Ik ben niet echt teleurgesteld want ik heb weinig verwachtingen (of hoop) meer.
En eigenlijk vind ik het ook wel lekker. Wat rust en alleen zijn. Ik vind visite de laatste tijd best vermoeiend. Je gaat toch altijd je best doen en zit uiteindelijk met dubbel zoveel afwas.

Amsterdam Noord – 20/10/2017 Voor de Bakker

Ik ben heimelijk verliefd op mijn bakker. Woest aantrekkelijk vind ik hem. Het is de bakker bij mij in de straat en hij is vrij nieuw. Ze maken echt heerlijk brood. Het zijn twee bakkers eigenlijk. Ik bedoel: De bakker is van twee bakkers, twee eigenaren.
Ik probeer elke keer als ik in de bakker ben te seinen naar de bakker waar ik verliefd op ben, dat ik hem leuk vind, flirten heet dat natuurlijk, maar ik krijg maar weinig terug.
Hij is blond, heeft iets Scandinavisch, Vikinesques, maar is wel gezond gebruind. Hij is ook een heel klein beetje gezet – daar ga ik hard op, een beetje gezet. En dan staat hij het deeg te kloppen met die sterke armen. Hij heeft een heesje in zijn stem. Ik weet zeker dat ik heel goed met hem zou kunnen vrijen. En dat heb ik niet zo snel.
Hij ziet me nauwelijks staan. Gaat helemaal op in het deeg. De mede-eigenaar daarentegen, die me een beetje aan een stripfiguurtje doet denken is bijzonder attent en wél erg met me bezig. Maar ik val niet echt op stripfiguurtjes.
Ik denk dat de bakker die ik zo graag zou willen doen, gewoon al een familietje heeft. Dat hij me daarom niet ziet staan. Maar eerder nog zou het kunnen komen omdat ik gewoon m’n sexappeal aan het verliezen ben? Dat ik niet zo woest aantrekkelijk gevonden word als ik mijn bakker vind. Daar ben ik bang voor. Terwijl ik dit schrijf, zit ik koffie te drinken in het bakkerscafeetje en staat hij achter me een tafeltje op te ruimen. Hij is nu een halve meter bij me vandaan. Haha. Hij moest es weten…